bouwjaar
verdwenen
molenaars
geschiedenis

Molen in Abbenbroek

In Abbenbroek staat nog een rondstenen korenmolen, de opvolger, een grondzeiler gebouwd in 1843. 

Arie Arienszoon van der Blom (Abbenbroek 1709 – 1758) was korenmolenaar in  Abbenbroek. Zijn vrouw Maartje Jacobsdochter Moerman (Rozenburg 1722 – Abbenbroek 1805) had deze molen geerfd van haar ouders. Na het overlijden van Arie, hertrouwde Maartje Moerman in 1773 met Roeland van Beek, maar hield de korenmolen, schuren en erven in Abbenbroek buiten de gemeenschap van goederen.

-----

Testament van Maartje Moerman huisvrouw van Roeland van Beeck wonende Abbenbroek gegoed onder de 4000 gld. Zij wil dat na haar overlijden aan haar jongste zoon Aart van der Blom in vorig huwelijk verwekt aan Arij van der Blom zal worden gelaten de vrijheid van keuze om haar korenmolen met alles dat daartoe behoort alsmede haar huis en schuur aan de Dijk onder Abbenbroek te kunnen overnemen voor zodanige prijs als onderling zal worden overeengekomen en bij onenigheid daarover vast te stellen door 2 neutrale personen. Mocht Aart de keuze niet accepteren dan kan de molen gelaten worden aan haar zoon Arij van der Blom, die thans de molen in pacht gebruikt, tegen dezelfde voorwaarden. 
Aktedatum 22 augustus 1785 
Toegangsnummer 110 Notarissen 
Inventarisnummer 1141 
Aard van de akte testament 
Naam notaris Hendrik Kruiine 

-----

In 1785 bepaalde Maartje Moerman in haar testament dat de korenmolen zou worden nagelaten aan haar zoon Aart. Mocht hij dit niet willen accepteren, dan zou de molen gaan naar haar zoon Arie die de molen al in pacht gebruikte. Maartje Moerman overleed in 1805, waarna haar zoon Arie Arieszoon (Abbenbroek 1750 – 1825) de nieuwe eigenaar werd.

Rond 1813 werd zijn zoon Frank van der Blom (Abbenbroek 1792 – 1826) korenmolenaar op deze molen.

Zijn vader Arie van der Blom, stelt zich borg voor zijn zoon Frank van der Blom, korenmolenaar, voor fl.500.- teneinde daaruit de boeten in geval van fraudes en dergelijke te verhalen.

(notaris: Jan Kloppert Jacobsz, akte 72, 03/09/1814)

Frank werd opgevolgd door de chirurgijnszoon Hermanus Melchior de Lange (Abbenbroek 1794 – Korendijk 1837). 

 

Kornelis van Brakel (Abbenbroek 1813 – Geervliet 1859) werd de volgende korenmolenaar.

Hij leende fl.1000.- van Salomon Mozes Reder te Maassluis met als onderpand een huis, erf, tuin en korenmolen te Abbenbroek.

(notaris: Louis Mijnard van Kruijne, akte 101, 02/05/1836)

Izaak Bubberman (Schiedam 1792 - Rotterdam 1869) was eerst molenaarsknecht geweest in Oudenhoorn, waar hij in 1829 trouwde met Geertrui Braat (Geervliet 1795 – Abbenbroek 1843), de korenmolenaarster van de molen in Oudenhoorn en weduwe van Pieter Bijlaard.

In 1834 verkocht Geertrui Braat de stenen korenmolen aan de Mooldijk te Oudenhoorn met stenen, schalen en gewichten, bilhamers, zeilen en de reep.

In 1836 verkoopt Kornelis van Brakel aan Izaak Bubberman, wonende in Geervliet. een wind wipkorenmolen met de molenwerf, de zeilen, touwen en gereedschappen daarin-, bij- en om behorende, staande aan de Gemenelandsedijk onder Abbenbroek, en een huis, erf, tuin en verder getimmerte staande in Abbenbroek. De koopprijs bedraagt fl.3000.- 

(notaris: Marinus Leonardus van den Tol, akte 79, 09/11/1836)

 

Hendrik Bubberman, de zoon van Izaak, werkte mee als molenaarsknecht

In 1842 is er een veiling op verzoek van Isaak Bubberman, korenmolenaar te Abbenbroek, van een windwipkorenmolen met werf en alle toebehoren aan de Gemeenlandsedijk te Abbenbroek, waar de molen voor fl 3200.- wordt verkocht aan Evert Farenhout (Spijkenisse 1805 – Spijkenisse 1875).