- bouwjaar
- verdwenen
- opvolger
- molenaars
- geschiedenis
-
Driemaal is aan Jonkheer Nicolaes van Valckesteijn, rentmeester van Voorne, later raadslid van het Hof van Holland, een windbrief verstrekt (het recht om een molen te mogen bouwen en exploiteren) voor een korenmolen te Oostvoorne: Op 11 januari 1586, 24 november 1599 en 9 maart 1600, voor de erfpachtsommen van respectievelijk 2 pond, 2 pond en 6 pond.
Bron en algemene informatie: www.gahetna.nl, index Grafelijkheidsrekenkamer: windrechten (molens).
Dit betrof zonder twijfel deze molen. Het lijkt er op dat er in 1600 iets heeft plaatsgevonden, maar wat is niet bekend.-----
STANDERDMOLEN:
Pieter Arkenbout (Nieuwenhoorn 1793 – Oostvoorne 1868) was in 1820 molenaarsknecht in Den Bommel en werkte bij zijn schoonvader de korenmolenaar Jacobus Meijer. In 1821 verhuisde hij van Den Bommel naar Oostvoorne.
Pieter Arkenbout, korenmolenaar wonende Oostvoorne, verklaart dat door de Koning is verleend toestemming om met de bouw van zijn stenen korenmolen tot de hoogte van 78 of 79 ellen aan de Ruigendijk in de nabijheid van de Batterij nr 4 in Oostvoorne door te gaan. Hij verbindt zich tot getrouwe voortzetting van de voorwaarden zoals vermeld in de toestemming.
(notaris: H.M. van Andel, akte 235, 30/10/1821).
BESTAANDE MOLEN:
Pieter Arkenbout korenmolenaar wonende Oostvoorne leent van Anna Maria van Baggen eerder weduwe van Johannes Lette en thans gehuwd met Simon Eland, predikant te Koudekerk, fl.2800.- met, als onderpand, de stenen windkorenmolen binnen Oostvoorne aan de Ruigendijk met huis en verder getimmerte namens hem in 1821 gebouwd ongenummerd in het cohier alsmede een gedeelte van de Ruigendijk.
(notaris: H.M. van Andel, akte 38, 14/02/1822).
Pieter Arkenbout, korenmolenaar te Oostvoorne, leent van Johannes Ketelaar te Rotterdam fl.800-. met als onderpand de stenen windkorenmolen en het daarbij staande huis met tuin etc. te Oostvoorne.
(notaris: Louis Mijnard van Kruijne, akte 227, 30/10/1837)
Tussen 1840 en 1859 werkten zijn zonen Gilles (Den Bommel 1820 – Heenvliet 1892) en Aart (Oostvoorne 1828 – Brielle 1904) als korenmolenaarsknecht.
In 1859 verhuisde Aart naar Hoogvliet en werd Gilles de korenmolenaar.
Gilles Arkenbout, korenmolenaar te Oostvoorne, verkocht aan zijn zoon Jacob Arkenbout, een tuin, korenmolen, boomgaard, huis en erf te Oostvoorne voor de som van fl.10,000.-
(notaris: Antonie Hermans, akte 80, 14/05/1889)
Jacob Arkenbout (Oostvoorne 1863 – Veenhuizen 1907) werkte tot 1898 op de molen, waarna hij vertrok naar Rotterdam.
Hij verkocht de korenmolen met woonhuis en erf, tuin, boomgaard en weiland aan de Ruigendijk te Oostvoorne aan Pleun van Toledo Jansz., bouwman voor de som van fl.10500.-
(notaris: Leendert Pieter van den Blink, akte 364, 30/12/1897)
Pleun van Toledo Jansz. (Oostvoorne 1868 – Oostvoorne 1967), korenmolenaar te Oostvoorne, leent van het Merulaweeshuis te Brielle fl.6000.- tegen 4% rente met also onderpand de korenmolen met woonhuis etc. aan de Ruigendijk te Oostvoorne,
(notaris: Leendert Pieter van den Blink, akte 20, 21/01/1898)
Rond 1920 werd hij graanhandelaar.
Jan Both (Melissant 1877 – Rotterdam 1955) kwam in 1900 uit Oude Tonge en begon als molenaarsknecht. Vanaf 1902 was hij korenmolenaar. Hij vertrok in 1920 naar Sliedrecht.
Job Schipper (Oostvoorne 1887 – Rotterdam 1957) werkte tussen 1913 en 1918 als molenaarsknecht, waarna hij vertrok naar Rockanje.
Huibrecht van der Wilt (Rozenburg 1893 - ) werkte vanaf 1920 op de molen. Hij vertrok in 1925 naar Rozenburg.
Gerrit Klok (Oostvoorne 1897 - ) trouwde met de dochter van Pleun Tolido in 1925 en werkte als korenmolenaar. In 1962 verkeerde de molen in een slechte staat maar werd er besloten de molen niet af te breken (zie artikel in “Het Rotterdamsch Parool, 4 mei 1962, waarin Gerrit Klok genoemd wordt).
Informatie van en onderzoek door Anton Bom, 20-05-2026