bouwjaar
verdwenen
verbrand
molenaars
geschiedenis

 Molen van Schelling Heenvliet

Het molencomplex op de Wieldijk in Heenvliet bestond uit een windkorenmolen, belast met fl.20.- windgeld per jaar, en een op het molenwerf staande huisje en schuurtje.

 

In 1825 leende Leendert van Beek (Heenvliet 1767 – 1830), korenmolenaar in Heenvliet, fl.1000.- van Samuele Roosendael, de weduwe van Ds. Bodde, met als onderpand de korenwindmolen en het op de molenwerf staande huisje en schuurtje aan de Wieldijk in Heenvliet, belast met fl.20.- windgeld per jaar, welke hij in 1804 gekocht had. (notaris: Jan Kloppert Jacobsz, akte 47, 13/05/1825).

Na het overlijden van Leendert van Beek wordt zijn onroerend goed publiekelijk geveild.

 

Elias Helm (Maassluis 1755 – Heenvliet 1831) is de hoogste bieder en betaald fl.2400.- voor de korenmolen onder Heenvliet en het op de Molenwerf staand huisje en schuurtje aan de Wieldijk (notaris: Jan Kloppert Jacobsz, akte 93, 20/10/1830).

 

Elias Helm overlijdt een jaar later. Zijn twee dochters, Elisabeth en Cornelia Helm erven de korenmolen. Hun echtgenoten Pieter Wevels en Pieter van der Meer verkopen de korenmolen onder Heenvliet aan de Wieldijk aan Pieter Beukelman, winkelier te Abbenbroek voor de som van fl.2450.- (notaris: Marinus Leonardus van den Tol, akte 4, 24/01/1834).

 

Pieter Beukelman (Abbenbroek 1797 - Abbenbroek 1854) verkoopt de korenmolen in 1836 aan Abraham van der Meer pel- en korenmolenaar in Heenvliet. De koopsom bedraagt fl.2000.- (notaris: Marinus Leonardus van den Tol, akte 65, 15/07/1836).

 

In 1851 verkoopt Abraham van der Meer (Heenvliet 1791 - 1866), vroeger korenmolenaar, thans zonder beroep, wonende in Heenvliet, aan Bastiaan Dekker in Rhoon een stenen windkorenmolen en erf onder Heenvliet aan de Wieldijk. De koopsom bedraagt fl.5000.- (notaris: Pieter van Andel, akte 114, 01/08/1851).

Hierna komt de korenmolen in handen van Jan van Beuge (Brielle 1827 – 1880).

 

Jan van Beuge, broodbakker, wonende in Heenvliet, is fl.4000.- schuldig aan de erven van de dijkgraaf Jacob Jan Villerius, overleden in Heenvliet in 1849 wegens geleend geld. Als waarborg heeft hij de stenen windkorenmolen staande onder Heenvliet aan de Wieldijk.

(notaris: Louis Mijnard van Kruijne, akte 52, 16/04/1855).

 

De volgende eigenaren zijn Johannes Zoeter (Bruinisse 1826 – Apeldoorn 1897), korenmolenaar en zijn broer Cornelis.

Zij lenen fl.4000.- van Karel Schipper Korstiaansz., koopman te Oud-Beijerland, met als onderpand de stenen windkorenmolen aan de Wieldijk te Heenvliet, en huis en erf aldaar.

(notaris: Marinus Leonardus van den Tol, akte 32, 18/11/1858)

In 1861 verkopen zij de molen aan Arie Quispel, korenmolenaar, voor fl.12000.-, waarvan fl.7965.- contant en overname van een hypothecaire schuld aan Karel Schippers Korstiaansz, koopman te Oud-Beijerland. (notaris: Marinus Leonardus van den Tol, akte 4, 04/01/1861).

 

In 1863 verkoopt Arie Quispel te Heenvliet aan Mels van den Berg, landbouwer te Bleskensgraaf, de stenen windkorenmolen aan de Wieldijk te Heenvliet, met een huis en erf, voor de som van fl.5000.- (notaris: Leendert Hogersdijk junior, akte 31, 02/09/1863).

 

Pieter Henricus Kornelis van Noorden, notaris te Papendrecht, als gemachtigde van Mels van den Berg, landbouwer te Bleskensgraaf, veilt de windkorenmolen met woonhuis, schuur en tuin aan de Wieldijk te Heenvliet. Hoogste bod kwam van Jan den Hartig, landbouwer te Oud-Beijerland (fl.2575.-). (notaris: Leendert Hogersdijk junior, akte 21, 11/04/1868).

 

Later dat jaar verkoopt Mels van den Berg, landbouwer te Bleskensgraaf, aan Dirk Overweel, timmerman te Heenvliet, de windkorenmolen met woonhuis, tuin, schuur en erf aan de Wieldijk te Heenvliet voor fl.2700.-. (notaris: Leendert Hogersdijk junior, akte 71, 06/11/1868).

 

In 1873 leent Dirk Overweel (Heenvliet 1824 – Heenvliet 1893), timmerman te Heenvliet, fl.1200.- van Jan de Lang, geneesheer te Zuidland, met onder andere de windkorenmolen met woonhuis, schuur en erf aan de Wieldijk te Heenvliet als onderpand. (notaris: Cornelis Martines Loeff; akte 481, 11/08/1873).

 

Dirk Overweel, meestertimmerman te Heenvliet, verkoopt in 1876 de windkorenmolen te Heenvliet aan de Wieldijk aan Kornelis Bregman (Vrijenban 1849 – Kethel en Spaland 1927), korenmolenaar in 't Hof van Delft, voor de som van fl.3000.-. (notaris: Willem Frederik Johan van Dullemen, akte 62, 02/08/1876).

 

In 1879 kocht Klaas Bloos (Numansdorp 1849 -?), korenmolenaar onder Heenvliet, de molen van Kornelis Bregman. In 1882 verkoopt hij de molen voor fl.5000.- aan Kornelis Blaak Abrahamsz. (Zuid-Beijerland 1843 – 1898), landbouwer te Zuid-Beijerland. (notaris: Willem Frederik Johan van Dullemen, akte 50, 13/09/1882).

 

In 1885 leent Kornelis Blaak Abrahamsz., korenmolenaar te Heenvliet, fl.1400.- van mr. Antonie van Weel, notaris te Oud-Beijerland, met onder andere als onderpand de molen op de Wieldijk. (notaris: Cornelis Martines Loeff, akte 1876, 15/04/1885).

 

Neeltje Koijck (Spijkenisse 1850 – Heenvliet 1938), eerder weduwe van Jacob Schelling, nu echtgenote van Arie Schelling, molenaar te Heenvliet, leent fl.2000.- van mr. Antonie van Weel, notaris te Oud-Beijerland, met als onderpand een windkorenmolen met huis, schuur en erf aan de Wieldijk onder Heenvliet. (notaris: Willem Frederik Johan van Dullemen; akte 14, 24/02/1889).

 

Arie Schelling (Goudswaard 1840 – Heenvliet 1912) korenmolenaar, en Neeltje Koick, echtelieden te Heenvliet, lenen fl.900.- van Leendert van der Knoop Klaasz., graanhandelaar te Brielle met als onderpand de korenmolen met huis, schuur en erf aan de Wieldijk te Heenvliet, reeds belast met in totaal fl.4000-. (notaris: Karel Pieter Julius Godtfried Bel, akte 15, 08/02/1907).

 

Arie Schelling junior (Heenvliet 1888 – Heenvliet 1954), molenaar te Heenvliet, leent fl.3600.- van Aartje Adriana Schelling aldaar tegen een rente van 4,5%, met als onderpand een huis, erf, molen, schuur en tuin te Heenvliet. (notaris: Johannes Marinus Korteweg, akte 2179, 31/05/1932).

Informatie van Anton Bom, 22-05-2026

 

De eigenaar was C. Schelling. Opmerkelijk is, dat deze bepaald niet grote korenmolen ooit tevens bewoond was. De gietijzeren bovenas was van "De Prins van Oranje" van 1869, nr. 585. 

De molen bleef in bedrijf tot 1956 en raakte daarna in verval. Vanaf 1964 was de molen eigendom van de gemeente Heenvliet.

In de nacht van 8 op 9 september 1970 werd de molen door brand zwaar beschadigd. Helaas werd de uitgebrande romp vrijwel direct omvergetrokken, zodat herstel uitgesloten was.

De korenmolen van Heenvliet schijnt als vreugdevuur in brand gestoken te zijn op de avond dat Feijenoord wereldkampioen werd.
Dit verhaal heb ik van molenaar Zandijk van de molen van Abbenbroek gehoord, ergens begin 1980-er jaren. Het probleem met dit soort verhalen is dat je nooit weet of het echt waar is, soms gaan de dingen in een mensenhoofd een eigen leven leiden.
Martin van der Steen, 12/19 juni 2011.

Feijenoord veroverde de Wereldbeker op 9 september 1970.
Bron: Wikipedia.

Andere bronnen spreken dit tegen,
er zou sprake zijn van vandalisme door twee jongeren uit het dorp.