Molen Rodenburgermolen, Leiden

Leiden, Zuid-Holland
b

korte karakteristiek

naam
Rodenburgermolen
modeltype
Ronde molen, grondzeiler
functie
poldermolen
bouwjaar
bedrijfsvaardigheid
Draaivaardig
bestemming

Vh. bemalen van de Rodenburger- en Cronesteinse polder; thans buiten bedrijf.

adres
Kanaalweg 80
2313 DW Leiden
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
00987
oude dbnr.
B1031
Meest recente aanpassing
| Constructie
media-bestand
Molen 00987 Rodenburgermolen (Leiden)
Frank Moerland (17-9-2017)

locatie

plaats
Leiden
gemeente
Leiden, Zuid-Holland
kadastrale aanduiding
Gemeente Leiden, sectie Q, nr. 114
geo positie
X: 94505, Y: 462392
N: 52.14640, O: 4.50338
biotoopwaarde
1 (slecht)
landschappelijke waarde
Tamelijk gering door woning- en industriële bouw en beplantingen: ook werkt een nabijstaande grote iep sterk verkleinend. Niettemin is deze molen een belangrijk accent aan een drukbereden verkeersweg. Bewegingsbelemmering.

contact en bezoek

bezoek/postadres
Kanaalweg 80
2313 DW Leiden
molenaar
Andries Veloo
telefoon
06-58927644
website
open voor publiek
ja
open op zaterdag
nee
open op zondag
nee
op afspraak
ja
openingstijden

Op afspraak

toegangsprijzen
winkelinformatie
meelverkoop
nee
museuminformatie
gericht op scholen
nee
bijzonderheden
fietsroute
fietsroute in de buurt van Rodenburgermolen via fietsnetwerk.nl

constructie

modeltype
Ronde molen, grondzeiler
krachtbron
wind
functie
romp
Ronde stenen molen, deels gepleisterd en gewit
kap
Gedekt met riet
inrichting

Gaandewerk, op bovenwiel na, geheel uitgebroken. Voorheen scheprad volgens systeem-Paul op ca. 3 m. buiten de molen. Woning in de molen.

versieringen

Eenvoudige baard, donkergroen geverfd, wit afgebiesd met opschrift "ANNO 1893"

plaats bediening
grondzeiler
bediening kruiwerk
buitenkruier
plaats kruiwerk
bovenkruier
kruiwerk
Rollenkruiwerk; 36 nylon rollen. Kruirad.
vlucht
19,10 m.
vang
Unieke vang, bestaande uit smalle houten delen die aan de buitenzijde verbonden zijn door een metalen constructie. Vangbalk met haak; vangstok. Kneppel; pal.
overbrenging

Bouwbestek 1893:
Bovenwiel "50 beste azijnen kammen"
Bovenschijf (vermoedelijk een bonkelaar) "26 ijzeren tanden"
Onderschijf (vermoedelijk een bonkelaar) "18 ijzeren tanden"
Onderwiel "75 beste azijnen kammen"
Overbrengingsverhouding was 2,17 : 1
Alleen het bovenwiel is thans nog aanwezig.

hoogte
wiekvorm
Oud-Hollands
Kantel uw mobiel om de tabellen helemaal te zien
wiekenkruis
fabrikant roenummer positie bouw fabricagejaar jaar gestoken positie jaar verdwenen lengte
Straathof ✉︎ 73 binnen 1992 1993 binnen aanw. 19,10
media-bestand
Roede 74, Straathof
Straathof
✉︎ 74 buiten 1992 1993 buiten aanw. 19,10
Pot ✉︎ 1692 buiten 1893 1893? buiten 1993 18,20
Pot ✉︎ 1691 binnen 1893 1893 binnen 1993 18,20
wiekverbeteringen

Deze molen heeft nooit een wiekverbetering gekregen. 

bovenas
fabrikant asnummer fabricagejaar jaar gestoken jaar verdwenen lengte
Kon.Ned.Grofsmederij ✉︎ g.n. 1893 1893 aanw. 03,20
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
werkend
bouwjaar
bedrijfsvaardigheid
Draaivaardig
bestemming

Vh. bemalen van de Rodenburger- en Cronesteinse polder; thans buiten bedrijf.

molenmaker
A.P. Vreeburg, Zoeterwoude (1893)
omwentelingen
eigendomshistorie

De Molenstichting Leiden en Omstreken is eigenaar sinds 20 september 2016, daarvoor was dat de gemeente Leiden sinds 1959, daarvoor de provincie Zuid-Holland (zie ook 'Geschiedenis').

geschiedenis

De Rodenburger en Cronesteinse polder werden in 1627 resp. 1632 gesticht en in 1859 verenigd (al bleef men sommige zaken apart behandelen).

Deze stenen molen werd oorspronkelijk gebouwd in 1704 maar dateert feitelijk uit 1893: op vrijdagavond 8 september 1893 werd de molen tijdens een zware onweersbui door de bliksem getroffen en brandde als gevolg uit. 
De herbouw werd uitgevoerd door molenmaker A.P. Vreeburg uit Zoeterwoude. De houten roeden en bovenas werden daarbij vervangen door nieuwe ijzeren exemplaren; in plaats van de oude houten, met lood beklede wielbak kwam een gemetselde wielbak. De vier wielen van het gaandewerk werden in ijzer en 'conisch' uitgevoerd. Het ijzerwerk (vier wielen, bovenas, wateras en boven- en onderijzer van de koningspil) werd vervaardigd door de Grofsmederij te Leiden. Voor de roeden tekende (uiteraard) de fa. Pot te Kinderdijk.
Bij elkaar kostte deze herbouw, inclusief de kosten voor de noodbemaling, ƒ 7738,30. De "Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij enkel voor polderwatermolens te Amsterdam" keerde ƒ 6720,-- uit. Die noodbemaling bestond uit een ter plekke opgestelde locomobiel met centrifugaalpomp (welke machine in eerste instantie niet werkte). 

In 1910 werd de molen door de provincie Zuid-Holland onteigend in verband met de verbreding van het vaarwater van De Nieuwe Vaart (tegenwoordig Rijn-Schiekanaal genaamd). De polder kon sindsdien de molen 'terughuren'.
Dit ging niet goed: het polderbestuur klaagde vrijwel steeds over de kosten die men had en dat de provincie als eigenaar daar helemaal niets aan bijdroeg.
 
In 1913 werd een elektrisch gemaaltje in gebruik genomen, maar de molen bleef in bedrijf. Pas in 1953, nadat elders een nieuw gemaal was gebouwd, kwam de windkracht definitief buiten gebruik. Maar eigenlijk is het opmerkelijk, zo niet een wonder, dat deze molen het zo lang heeft volgehouden: op oudere foto's is de bomengroei langs de weg opvallend aanwezig en al in de jaren '30 moet de windvang uit sommige hoeken ronduit slecht zijn geweest.

Na enige jaren van stilstand en verval werd de molen in 1959 aan de gemeente Leiden verkocht waarna een restauratie volgde. Dit ging gepaard met een vrijwel totale uitsloop: het gaandewerk werd, op het bovenwiel na, verwijderd. Bijzonder jammer, want alles was uitgevoerd in gietijzer en een uniek (en ook Leids) fabrikaat.

Vanaf 1959 werd het wiekenkruis af en toe rondgedraaid; draaien was er niet of nauwelijks bij, maar dat was ook, gezien de inmiddels fors toegenomen bomengroei, een illusie.
Pas sinds 2007 wordt hier weer regelmatig gedraaid, al is dat hier, door de ligging direct aan een drukke verkeersweg met naastgelegen fietspad, uit sommige hoeken problematisch en feitelijk onmogelijk: bij sommige windrichtingen raakt het wiekenkruis het hek dat pal naast de molen staat.

In 1993 werden nieuwe gelaste roeden gestoken, ter vervanging van de toen precies 100 jaar oude Potroeden.
In 2009 werd de kap opnieuw met riet gedekt, de korte spruit vervangen en het hekwerk nagezien. Ook werd de molen geheel geschilderd.

Het overgebleven ijzeren bovenwiel bestaat in feite uit twee gedeelten: een vangdeel en een (iets grotere) tandkrans met houten kammen.
Alle waterlopen en de goot voor de (indertijd aanwezige) wateras zijn nog aanwezig, inclusief de heul onder de Kanaalweg door. Er is een omtimmering gesuggereerd van het vroegere scheprad, dat thans in gebruik is als schuurtje. De oorspronkelijke omtimmering (tot 1959) was veel lager uitgevoerd, want het wiekenkruis moest er wel overheen kunnen draaien!

Opmerkelijk: deze molen heeft slechts één toegangsdeur. Onder de drempel van die deur bevond zich de wateras (die vanuit de molen naar buiten ging)!

Molenaars van deze molen:
P. Kuipers (tot 1893; waarschijnlijk na de brand vertrokken)
Cornelis van den Berg (1893 - 1922, vermoedelijk)
Simon Schellingerhout (1922 - 1953).

 

aanvullingen

toelichting naam

De molen wordt vernoemd naar (een gedeelte van) de polder die hij kon bemalen.

unieke eigenschap

Het bovenwiel is geheel van gietijzer, uitgerust met acht spaken en heeft daarin alleen houten kammen; de vang houdt een beetje het midden tussen een blok- en een hoepelvang.

bouwbestek

HHR Rijnland, Archief Rodenburger- en Cronesteinsche polder, inv.nr. 104

literatuur

A. Bicker Caarten, Stenen poldermolens in Rijnland (Zaltbommel 1981) 35 - 36

foto's

foto's